Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
9 mei 2025.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de officier van justitie een zorgmachtiging verzocht voor betrokkene voor twaalf maanden, aansluitend op een eerdere machtiging. De rechtbank Limburg verleende eerst een zes maanden durende zorgmachtiging met aanhouding van verdere beslissing, gevolgd door een verlenging voor de resterende zes maanden zonder actuele medische verklaring.
Betrokkene stelde cassatie in tegen deze tweede beschikking, stellende dat het ontbreken van een actuele medische verklaring van een onafhankelijk psychiater onjuist was. De Hoge Raad overwoog dat op grond van de Wvggz en het EVRM een rechter alleen een zorgmachtiging mag verlenen als uit een actuele medische verklaring blijkt dat ernstig nadeel voortvloeit uit de psychische stoornis.
De Hoge Raad stelde dat bij verlenging van een zorgmachtiging de rechter moet nagaan of de oorspronkelijke medische verklaring nog actueel is en zo niet, een nieuwe of geactualiseerde verklaring moet worden overgelegd. Het ontbreken hiervan maakt de beschikking onjuist. De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van 21 juni 2024 en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank Limburg van 21 juni 2024 wegens ontbreken van een actuele medische verklaring en wijst de zaak terug.