ECLI:NL:HR:2025:743

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 mei 2025
Publicatiedatum
13 mei 2025
Zaaknummer
23/04930
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 249.2.3 Sr (oud)Art. 28.1.5 SrArt. 81.1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens ontzetting beroepsverbod hulpverlener na ontucht met cliënte

De verdachte, werkzaam als lichaamsgericht therapeut, werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens het meermalen plegen van ontucht met een cliënte, in strijd met artikel 249, tweede lid, onderdeel 3, van het oude Wetboek van Strafrecht. Daarnaast legde het hof een bijkomende straf op, namelijk ontzetting uit het recht om het beroep als hulpverlener in de maatschappelijke zorg uit te oefenen, op grond van artikel 28, eerste lid, onderdeel 5, Sr.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, waarbij hij onder meer betwistte of het beroepsverbod in voldoende verband stond met de aan hem verweten gedragingen. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet konden leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, hoefde de Hoge Raad geen nadere motivering te geven. Het beroep werd derhalve verworpen en het beroepsverbod bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het beroepsverbod blijft van kracht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04930
Datum13 mei 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 6 december 2023, nummer 20-000437-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat P. van de Kerkhof bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 mei 2025.