ECLI:NL:HR:2025:916
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake onroerendezaakbelasting 2022
Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag betreffende een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag onroerendezaakbelasting voor het jaar 2022.
Het geschil betreft de beoordeling van de aanslag en de waardering van onroerende zaken door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag. Het Hof had eerder uitspraak gedaan in het hoger beroep van belanghebbende en de heffingsambtenaar tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft daarbij geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Ten aanzien van proceskosten is geen veroordeling opgelegd. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.