ECLI:NL:HR:2025:917
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake onroerendezaakbelastingen gemeente Den Haag
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin het hoger beroep werd behandeld over een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2022.
Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Den Haag heeft verweer gevoerd tegen het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het Hof.
De Hoge Raad heeft besloten het beroep in cassatie ongegrond te verklaren zonder nadere motivering, omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Er is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is in openbaarheid gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 13 juni 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.