ECLI:NL:HR:2025:920
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake onroerendezaakbelasting 2022
Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag die het hoger beroep behandelde tegen een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag onroerendezaakbelasting voor het jaar 2022.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag bevestigd.