Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste tot en met het zesde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het zevende en het achtste cassatiemiddel
4.Beslissing
24 juni 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 18 april 2024, waarin hij werd veroordeeld voor zware mishandeling met de dood tot gevolg door zijn vriendin meermalen tegen het hoofd te slaan en te schoppen.
In eerste aanleg werd de verdachte vrijgesproken, maar het hof oordeelde anders en sprak hem schuldig uit. De verdachte stelde diverse cassatiemiddelen in tegen de bewezenverklaring, waarbij hij onder meer klaagde over de waardering van getuigenverklaringen en de bewijsvoering.
De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat de middelen niet leiden tot cassatie. De klachten stuiten af op de selectie- en waarderingsvrijheid van de feitenrechter, en het hof heeft de verklaringen van de getuige op een begrijpelijke wijze beoordeeld. De Hoge Raad achtte het niet nodig om nadere motivering te geven en verwierp het beroep.
Hiermee blijft het arrest van het hof in stand en is de veroordeling van de verdachte bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor zware mishandeling met de dood tot gevolg.