ECLI:NL:HR:2025:982

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 juni 2025
Publicatiedatum
20 juni 2025
Zaaknummer
24/01522
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 302 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak zware mishandeling met dood tot gevolg

De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 18 april 2024, waarin hij werd veroordeeld voor zware mishandeling met de dood tot gevolg door zijn vriendin meermalen tegen het hoofd te slaan en te schoppen.

In eerste aanleg werd de verdachte vrijgesproken, maar het hof oordeelde anders en sprak hem schuldig uit. De verdachte stelde diverse cassatiemiddelen in tegen de bewezenverklaring, waarbij hij onder meer klaagde over de waardering van getuigenverklaringen en de bewijsvoering.

De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat de middelen niet leiden tot cassatie. De klachten stuiten af op de selectie- en waarderingsvrijheid van de feitenrechter, en het hof heeft de verklaringen van de getuige op een begrijpelijke wijze beoordeeld. De Hoge Raad achtte het niet nodig om nadere motivering te geven en verwierp het beroep.

Hiermee blijft het arrest van het hof in stand en is de veroordeling van de verdachte bevestigd.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor zware mishandeling met de dood tot gevolg.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/01522
Datum24 juni 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 18 april 2024, nummer 22-000700-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.R. Mantz bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De cassatiemiddelen zijn schriftelijk toegelicht.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het eerste tot en met het zesde cassatiemiddel

2.1
De cassatiemiddelen komen met verschillende klachten op tegen de bewezenverklaring.
2.2
De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2 en 3.

3.Beoordeling van het zevende en het achtste cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 juni 2025.