ECLI:NL:HR:2026:1019
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake verhuurderheffing
Stichting X heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 17 juli 2024, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag werd behandeld. De zaak betrof een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan verhuurderheffing.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten tegen het arrest van het hof beoordeeld. De klachten konden niet leiden tot vernietiging van de uitspraak, waarbij de Hoge Raad geen motivering gaf omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd op 26 juni 2026 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag bevestigd.