ECLI:NL:HR:2026:103
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid van het beroep in cassatie wegens niet-betaling griffierecht
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 23 januari 2026 uitspraak gedaan in het beroep in cassatie van [X], hierna aangeduid als belanghebbende, tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 22 mei 2025, met nummer 23/3265 ANW. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard, omdat belanghebbende niet heeft gekozen voor een domicilieadres in Nederland en het griffierecht niet heeft voldaan. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende op 13 augustus 2025 en 12 september 2025 aangemaand om het griffierecht te betalen, maar belanghebbende heeft hierop niet gereageerd. De brieven zijn teruggezonden, wat betekent dat het niet in ontvangst nemen van de brieven voor rekening en risico van belanghebbende komt. Hierdoor kon de Hoge Raad niet anders dan het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren op basis van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om een veroordeling in de proceskosten uit te spreken.