ECLI:NL:HR:2026:1061
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen parkeerbelasting Rotterdam
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 10 juli 2024, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen twee naheffingsaanslagen parkeerbelasting van de gemeente Rotterdam heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het arrest van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.