Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 10 juli 2024
[X] te [Z] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam, de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
- op 5 april 2021 aan de [straat 1] te [woonplaats] , gedagtekend 21 april 2021 ten bedrage van € 67,06, bestaande uit € 1,76 parkeerbelasting en € 65,30 aan kosten van de naheffing (naheffingsaanslag 1; ROT 21/5989);
- op 18 april 2021 aan de [straat 2] te [woonplaats] , gedagtekend 7 mei 2021 ten bedrage van € 67,06, bestaande uit € 1,76 parkeerbelasting en € 65,30 aan kosten van de naheffing (naheffingsaanslag 2; ROT 21/5988);
- op 19 augustus 2021 aan de [straat 1] te [woonplaats] , gedagtekend 1 september 2021 ten bedrage van € 69,50, bestaande uit € 4,20 parkeerbelasting en € 65,30 aan kosten van de naheffing (naheffingsaanslag 3; ROT 22/973);
- op 20 augustus 2021 aan de [straat 1] te [woonplaats] , gedagtekend 4 september 2021 ten bedrage van € 67,06, bestaande uit € 1,76 parkeerbelasting en € 65,30 aan kosten van de naheffing (naheffingsaanslag 4; ROT 22/974).
Feiten
Hof] op de zaak betrekking hebbende stukken” en om “bij gemachtigde” te worden gehoord.
Consequentie indien u niet binnen 14 dagen reageert
Consequentie indien u niet binnen 14 dagen reageert
Oordeel van de Rechtbank
Conclusie en gevolgen
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
Proceskosten en griffierecht
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank voor zover deze betrekking heeft op de naheffingsaanslagen 1 en 2 (ROT 21/5989 en ROT 21/5988) en op het verzoek om vergoeding van immateriële schade dat ziet op deze naheffingsaanslagen;
- wijst de zaken BK-23/664 (ROT 21/5989) en BK-23/665 (ROT 21/5988) terug naar de Rechtbank voor hernieuwde behandeling en beslissing op het beroep gericht tegen de naheffingsaanslagen 1 en 2 alsmede op de nevenverzoeken die daarop zien;
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank voor zover deze betrekking heeft op de naheffingsaanslagen 3 en 4 (ROT 22/973 en ROT 22/974) en het verzoek om vergoeding van immateriële schade dat ziet op deze naheffingsaanslagen;
- veroordeelt de Heffingsambtenaar in de proceskosten in hoger beroep van belanghebbende tot een bedrag van € 875;
- gelast de griffier het voor hoger beroep betaalde griffierecht van € 136 terug te storten.