ECLI:NL:HR:2026:1123

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
25/00132
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 AWRArt. 52a AWR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake informatiebeschikking belastingrecht

Belanghebbende, X LTD, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 december 2024, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een informatiebeschikking van de Staatssecretaris van Financiën werd behandeld. Deze informatiebeschikking betrof een belastingrechtelijke procedure.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep, waarop belanghebbende schriftelijk reageerde. De Hoge Raad heeft de middelen van belanghebbende beoordeeld aan de hand van een eerder arrest (ECLI:NL:HR:2026:1016) en heeft geoordeeld dat de middelen falen.

De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Hiermee blijft de uitspraak van het hof in stand. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 10 juli 2026.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de informatiebeschikking blijft gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer25/00132
Datum10 juli 2026
ARREST
in de zaak van
[X] LTD (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 december 2024, nrs. 22/2298 tot en met 22/2305 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 18/7946 tot en met BRE 18/7953) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven informatiebeschikking.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Advocaat-Generaal R.J. Koopman heeft op 12 december 2025 geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in cassatie. [2]
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 25/00129, ECLI:NL:HR:2026:1016.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.A.J. Lafleur, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.