Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
Spoedeisend belang?
3.Beoordeling van het middel
Uit het voorgaande volgt dat onderdeel I.2 faalt.
4.Beslissing
30 januari 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil over de verdeling van de voormalige echtelijke woning na echtscheiding. De rechtbank had in 2020 de woning aan de man toegewezen tegen een waarde van €940.000, waarbij de man de hypotheekschuld overnam en de vrouw werd ontslagen uit hoofdelijke aansprakelijkheid. Een termijn van drie maanden werd gesteld voor de financiering; bij overschrijding zou verkoop volgen.
De man kon de financiering niet binnen de termijn realiseren, waarna de vrouw vorderde tot verkoop. Het hof oordeelde echter dat de vrouw gehouden bleef aan de overeenkomst en veroordeelde haar tot medewerking aan de levering aan de man. De vrouw stelde cassatie in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad overweegt dat uit de beschikking en het proces-verbaal blijkt dat partijen overeenstemming hadden over de toedeling, de waarde en de hypotheekovername. Hoewel de financieringstermijn niet werd gehaald, rechtvaardigt dit niet dat de vrouw niet meer gebonden is aan de overeenkomst, mede omdat zij zelf ook aandeel had in het niet nakomen van de termijn.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de vrouw moet meewerken aan de goederenrechtelijke voltooiing van de toedeling van de woning aan de man, inclusief ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid. De kosten van het cassatiegeding worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de vrouw gehouden is mee te werken aan de levering van de woning aan de man.