ECLI:NL:HR:2026:1270
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake verhuurderheffing
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 17 juli 2024, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake een op aangifte voldaan bedrag aan verhuurderheffing heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het arrest van het hof beoordeeld. De klachten konden niet leiden tot vernietiging van het arrest, zodat het cassatieberoep ongegrond werd verklaard. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard, waarmee het arrest van het Gerechtshof Den Haag in stand blijft.