Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het eerste en het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
10 februari 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De betrokkene werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor poging tot het buiten het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne, in strijd met de Opiumwet. Tegen dit arrest stelde de betrokkene cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad beoordeelde onder meer of uit de bewijsvoering kon worden afgeleid dat er een begin van uitvoering was van het ten laste gelegde misdrijf. Het cassatiemiddel dat dit betwistte, faalde op grond van de motieven die de Hoge Raad in een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2026:189) heeft gegeven.
Ook de overige cassatieklachten werden door de Hoge Raad beoordeeld, maar deze konden niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Uiteindelijk werd het cassatieberoep verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor poging tot uitvoer van cocaïne blijft in stand.