2.2.2De bewijsvoering is weergegeven in de uitspraak van het hof die is gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2024:4633. De bewijsvoering houdt onder meer in: “Op 4 september 2018 krijgt [codenaam 1] de opdracht om samen met [codenaam 2] [verdachte] te ontmoeten in [A] te [plaats] . Daarbij krijgt [codenaam 1] de opdracht om maximaal één kilo cocaïne te kopen van [verdachte] voor een bedrag van maximaal € 30.000,00. Diezelfde dag, omstreeks 19.00 uur, vindt in [A] [plaats] een ontmoeting plaats tussen [codenaam 2] , [codenaam 1] en [verdachte] . (...)
[codenaam 1] verklaart over dit deel van de ontmoeting dat hij aan heeft gegeven dat hij één kilogram cocaïne van [verdachte] wil kopen. [verdachte] geeft aan dat dit mogelijk is, maar dat de prijs is gestegen. [verdachte] en [codenaam 2] spreken als prijs af een bedrag van € 30.000,00. Van dit bedrag krijgt [codenaam 2] van zowel [codenaam 1] als [verdachte] € 500,00 voor het introduceren.
[codenaam 1] geeft aan dat hij de aankoop bij voorkeur vanavond afrondt. [verdachte] kan de kilogram cocaïne niet van zijn gebruikelijke lokale leveranciers krijgen omdat er niets beschikbaar is. Hij moet de cocaïne daarom in de buurt van Schiphol (het hof begrijpt: [plaats] ) halen. [codenaam 1] heeft het geld bij zich. [verdachte] en [codenaam 1] spreken af dat [verdachte] met een vriend het een en ander gaat bespreken en dat hij probeert om de cocaïne geleverd te krijgen. [codenaam 2] en [codenaam 1] wachten in de lobby tot [verdachte] terugkomt.
Omstreeks 19.29 uur verlaat [verdachte] het hotel en stapt hij in een Volkswagen Polo. Deze Volkswagen is voorzien van [kenteken] . Om 19.30 uur vertrekt de Volkswagen vanaf [a-straat 1] te [plaats] . Op dit adres is [A] gevestigd. Tussen 19.30 uur en 19.45 uur rijdt de Volkswagen vanaf [A] naar [plaats] .
Het inschakelen van de hulp van [betrokkene]
Uit de tap op het telefoonnummer van [verdachte] ( [telefoonnummer 1] ) blijkt dat hij om 19.36 uur een telefoongesprek voert met een man met een Antilliaans accent ( [telefoonnummer 2] ). [verdachte] vraagt aan de man of hij thuis is. De man bevestigt dit. [verdachte] wil een bakje koffie komen drinken. [verdachte] vraagt aan de man of hij het vest van de club nog even moet hebben. De man antwoordt daarop bevestigend. [verdachte] en de man spreken af bij de carpool. De stem van de man wordt herkend als de stem van “ [betrokkene] ”.
Het briefje van [verdachte]
Op 2 maart 2020 wordt tijdens de doorzoeking in de woning van [verdachte] een foto gemaakt van een handgeschreven briefje met daarop de woorden " [station] ", " [woonwijk] " en "29500". Deze woorden zijn geschreven op briefpapier van [A] . Aan [verdachte] wordt een foto van een briefje voorgehouden. [verdachte] verklaart over de geschreven tekst dat het zijn handschrift kan zijn.
Omstreeks 21.20 uur verlaat [verdachte] de Volkswagen en loopt hij het hotel weer in.
Nadat [codenaam 1] de rekening heeft betaald gaat hij bij [codenaam 2] en [verdachte] staan, [codenaam 2] en [verdachte] hebben op dat moment al afgesproken waar ze elkaar in [plaats] gaan ontmoeten.
[codenaam 2] verklaart over dit deel van de ontmoeting dat [verdachte] aan zijn vriend zou vragen om een voorstel voor een plek waar ze elkaar zouden ontmoeten in [plaats] . De plaats waar de ontmoeting plaats zal vinden is [station] in [plaats] .
[codenaam 1] verklaart over dit deel van de ontmoeting dat [codenaam 1] [verdachte] € 29.500,00 zal betalen en [codenaam 2] € 1.000,00. [codenaam 1] verklaart verder dat [verdachte] een afspraak heeft gemaakt voor de levering van één kilogram cocaïne in [plaats] . [verdachte] en zijn vriend gaan daar eerst naartoe om het te controleren. [verdachte] ontmoet [codenaam 1] en [codenaam 2] dan daar in de buurt. [verdachte] neemt [codenaam 1] vervolgens mee naar het huis om de deal af te ronden. [codenaam 2] en [codenaam 1] verlaten het hotel en gaan op weg naar [plaats] .
Omstreeks 21.30 uur verlaat [verdachte] het hotel en stapt de Volkswagen in.
De Volkswagen rijdt via […] in de richting van […] . Omstreeks 22.20 uur staat de Volkswagen geparkeerd bij de [B] , gelegen aan de […] te [plaats] . Op het parkeerterrein voert de man met de haarzak (hierna: [betrokkene] ) nabij de Volkswagen een telefoongesprek. Te horen is dat [betrokkene] zegt: “Ik ben bijna in [plaats] . Met alles erop en eraan. Ik heb die mensen allemaal in laten stappen. Ik ben bijna bij jullie.” Om 22.34 uur vertrekt de Volkswagen vanaf de parkeerplaats bij de [B] gelegen aan de […] te [plaats] .
Omstreeks 23.30 uur bevinden [codenaam 2] en [codenaam 1] zich in de omgeving van [station] . Omstreeks 23.59 uur loopt [verdachte] [b-straat] op. Bij [station] vindt een ontmoeting plaats tussen [codenaam 2] , [codenaam 1] en [verdachte] . Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met een technisch hulpmiddel. De opname van dit gesprek is uitgewerkt. Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven:
[codenaam 1] : Wat is er aan de hand?
[verdachte] : Ik heb het ding gezien.
[verdachte] : Het was niet goed.
[verdachte] : Ik kan het niet versturen. Voor een keer is het goed genoeg maar dan zeggen ze: "nah." Maar nu zijn we ... naar iemand anders.
Omstreeks 0.34 uur bevindt de Volkswagen zich op het parkeerterrein van de [B] aan de [c-straat] te [plaats] . [verdachte] gaat de [B] in. In de [B] ontmoet [verdachte] [codenaam 2] en [codenaam 1] . Het gesprek dat plaatsvindt is opgenomen met een technisch hulpmiddel. De opname van dit gesprek is uitgewerkt. Uit deze uitwerking komt onder meer het volgende naar voren, zakelijk weergegeven:
[verdachte] : Ik heb het voor nu afgezegd.
[codenaam 1] : Het duur te lang?
[verdachte] : Ja, het duurt te lang.
[verdachte] : Ik zei: “we gaan het niet forceren.”
[verdachte] : De man van de eerste, van die normaal heeft, zegt dat hij morgen een andere kan hebben.
[codenaam 1] : Ik denk dat ik morgen niet kan. Ik denk dat we elkaar gewoon de hand moeten schudden en weglopen. We proberen het een andere keer weer.
Het hof kan zich grotendeels met de bewijsoverwegingen van de rechtbank verenigen en zal daarom deze overwegingen hierna voor zover relevant (cursief) overnemen en tot de zijne maken. Daar waar ‘rechtbank’ staat, moet nu ‘hof’ worden gelezen.
“Uit deze bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte en [betrokkene] voornemens waren om tezamen en in vereniging een kilo cocaïne aan te schaffen in [plaats] . Tussen [betrokkene] en verdachte is sprake geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking gericht op het gezamenlijk uitvoeren van het gezamenlijk plan om voornoemd misdrijf te voltooien. Uit het samenstel van gedragingen van [betrokkene] en verdachte valt af te leiden dat zij samen al in vergaande mate feitelijk uitvoering hadden gegeven aan dit plan en dat de verwerkelijking van dit misdrijf bovendien nabij was, zowel in tijd als in plaats. De cocaïne was beschikbaar en [codenaam 1] bevond zich reeds, op aanwijzen van verdachte, in de nabije omgeving van [betrokkene] en verdachte (en de beschikbare cocaïne) met het geldbedrag dat aan verdachte betaald zou moeten worden bij de levering, zodat de levering prompt verwerkelijkt kon worden. De kwaliteit van de cocaïne bleek echter niet goed te zijn, waardoor de beschikbare cocaïne niet aan [codenaam 1] geleverd werd. Vervolgens hebben [betrokkene] en verdachte nog een poging gedaan om via een andere leverancier, diezelfde nacht, dan wel de volgende dag, een kilo cocaïne geleverd te krijgen voor [codenaam 1] . Dit is echter niet doorgegaan omdat de cocaïne van de tweede leverancier niet binnen afzienbare tijd (diezelfde nacht) beschikbaar zou zijn, en omdat [codenaam 1] de volgende dag verhinderd was om de cocaïne op te halen. Uit het vorenstaande kan worden afgeleid dat het samenstel van de gedragingen van [betrokkene] en verdachte naar hun uiterlijke verschijningsvorm concreet en rechtstreeks gericht was op een prompte voltooiing van het voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging opzettelijk één kilo cocaïne met bestemming naar het buitenland ten vervoer aan te bieden. Het samenstel van deze gedragingen kan daarmee worden beschouwd als een begin van uitvoering van dit voorgenomen misdrijf en levert dus een strafbare poging op. De omstandigheid dat de cocaïne nog niet was aangekocht door [betrokkene] en verdachte doet hier niets aan af. De rechtbank concludeert dan ook dat verdachte zich tezamen en in vereniging met [betrokkene] schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een poging om opzettelijk buiten het grondgebied van(de Hoge Raad begrijpt: Nederland)
brengen van één kilo cocaïne. Het ten laste gelegde medeplegen bestond in de kern uit een gezamenlijke uitvoering van het feit.”
Dat verdachte die nacht enkel naar [plaats] is gereden om de schijn op te houden, zodat het leek alsof hij dienstig was aan [codenaam 2] teneinde [codenaam 2] van zich af te krijgen, acht het hof op grond van de bewijsmiddelen en de door verdachte verrichte handelingen en uitlatingen zoals die daaruit naar voren komen niet geloofwaardig. Van aanknopingspunten voor de stelling dat verdachte eigenlijk niet verder wilde en slechts een rol speelde is het hof niet gebleken. Ook in gesprekken met [betrokkene] die door hem ingeschakeld is, voor wie hij niet de schijn op hoefde te houden en van wie hij niets te vrezen had stelt verdachte zich actief op en is hij gericht op het doen slagen van de transactie en bovendien op toekomstige handel in verdovende middelen en de daarmee gepaard gaande verdiensten. Het hof overweegt voorts dat [verdachte] op 24 mei 2018 een gesprek heeft met [codenaam 2] . In dat gesprek geeft [codenaam 2] aan dat hij iemand heeft voor die ‘snelle’, Ieren. Verdachte vraagt vervolgens: “Willen ze het hier oppakken?” en zegt: “Beter is hier.” en “Ik wil aan deze kant blijven”. Het hof neemt voorts in aanmerking dat [betrokkene] in een telefoongesprek in de nacht van 4 op 5 september 2018 met NNM zegt: “Je maakt een afspraak en zegt tegen hen: Ik heb dat ding voor jou. Dan betalen die mensen hun tickets en zaken. Die mensen komen aan. Die mensen betalen voor een hotel. Die mensen betalen alles. (...) Elke dag dat die mensen hier blijven kost meer geld broer.” Uit deze gesprekken, in combinatie met de feitelijke handelingen in de nacht van 4 op 5 september 2018, leidt het hof af dat alles wat in de nacht van 4 op 5 september 2018 is gebeurd er op was gericht om de Ierse afnemer met een kilo cocaïne terug naar Ierland te laten gaan.”