ECLI:NL:HR:2026:197
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over aftrek persoonsgebonden scholingsuitgave bij betaling collegegeld voor studie verblijfsvergunning
De zaak betreft een geschil tussen de Staatssecretaris van Financiën en belanghebbende over de aftrek van persoonsgebonden scholingsuitgaven in de inkomstenbelasting, specifiek over het tijdstip van betaling van collegegeld aan een universiteit in het kader van een aanvraag voor een verblijfsvergunning met als doel studie.
Belanghebbende had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarna het Hof 's-Hertogenbosch uitspraak deed. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof, en belanghebbende stelde tevens incidenteel cassatieberoep in.
De Hoge Raad oordeelde dat zowel het principale als het incidentele cassatieberoep gegrond zijn, verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing, en veroordeelt de Staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende voor het cassatiegeding. De Hoge Raad baseert zich op rechtsoverwegingen uit een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2026:84).
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.