ECLI:NL:HR:2026:198
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over aftrek persoonsgebonden scholingsuitgave en verwijst zaak terug
De zaak betreft een geschil tussen de Staatssecretaris van Financiën en belanghebbende over de aftrek van persoonsgebonden scholingsuitgaven in de inkomstenbelasting. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch had eerder uitspraak gedaan over de vraag of het tijdstip van betaling van collegegeld, na overboeking aan de universiteit in het kader van een aanvraag van een verblijfsvergunning voor studie, aftrekbaar is.
De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof, terwijl belanghebbende ook incidenteel beroep in cassatie instelde. De Hoge Raad heeft de middelen van beide partijen gegrond verklaard op basis van de motieven die in een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2026:84) zijn gegeven.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing, met inachtneming van de overwegingen in het arrest. Daarnaast veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende voor het cassatieberoep.
De procedurekosten voor eerdere instanties worden door het verwijzingshof beoordeeld. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 6 februari 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.