Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beoordeling van het vierde cassatiemiddel
5.Beslissing
13 februari 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin de verdachte werd veroordeeld voor witwassen van een geldbedrag van €200.000 en twee auto’s. Het hof legde een geldboete van €75.000 op, mede gebaseerd op het financieel voordeel dat de verdachte had behaald doordat een deel van het witgewassen geld werd gebruikt voor het aflossen van zijn belastingschulden.
De Hoge Raad oordeelde dat de oplegging van een geldboete die mede strekt tot het afromen van het voordeel uit het bewezenverklaarde feit niet onrechtmatig is. Het hof had terecht vastgesteld dat de verdachte een financieel voordeel van €75.000 had behaald. Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien de zaak meer dan dertien jaar na het bewezenverklaarde speelde en de cassatieprocedure meer dan 36 maanden duurde.
Als gevolg hiervan vernietigde de Hoge Raad het deel van het arrest dat betrekking had op de hoogte van de geldboete en de duur van de vervangende hechtenis. De geldboete werd verminderd tot €70.000 en de vervangende hechtenis tot 351 dagen. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak benadrukt het belang van een redelijke termijn in strafzaken en de proportionaliteit van de strafoplegging.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de geldboete tot €70.000 en de vervangende hechtenis tot 351 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.