ECLI:NL:HR:2026:252

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
25/01355
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in parkeerbelastingzaak

Belanghebbende heeft in hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de belastingdienst. Het Gerechtshof heeft op 20 februari 2025 uitspraak gedaan in deze zaak. Belanghebbende heeft vervolgens beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad daarom het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft advies uitgebracht, en de Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 13 februari 2026 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Deze uitspraak bevestigt de mogelijkheid van de Hoge Raad om op grond van artikel 80a RO cassatieberoepen zonder inhoudelijke motivering te verwerpen wanneer deze duidelijk kansloos zijn, wat de efficiëntie van de rechtspraak bevordert.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer25/01355
Datum13 februari 2026
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 20 februari 2025, nr. BK-24/611 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 23/3117) betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026.