ECLI:NL:GHDHA:2025:348
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag parkeerbelasting ondanks AVG-bezwaren
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat hij op een locatie in Delft parkeerde zonder te betalen of een vergunning te hebben. De Heffingsambtenaar onderbouwde dit met een dossier, gps-gegevens en foto's van een scanauto. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigde dit in hoger beroep.
Belanghebbende stelde dat stukken ten onrechte buiten beschouwing waren gelaten wegens te late indiening en dat de naheffingsaanslag onterecht was opgelegd. Ook voerde hij aan dat de gegevensuitwisseling in strijd was met de AVG en dat de afhandeling te lang duurde, wat zou leiden tot verjaring of schadevergoeding. Het Hof oordeelde dat het te laat ingediende stuk terecht buiten beschouwing was gelaten en dat de Heffingsambtenaar bevoegd was de naheffingsaanslag op te leggen.
Het Hof vond het bewijs van parkeren zonder betaling overtuigend, onder meer door gps-coördinaten en foto's. De AVG-schending kon niet leiden tot vernietiging van de naheffingsaanslag. Ook was de redelijke termijn niet overschreden, zodat geen vergoeding van immateriële schade werd toegekend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting is terecht opgelegd en het hoger beroep is ongegrond verklaard.