Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
17 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van de betrokkene, die in eerste aanleg is vrijgesproken van het onderliggende strafbare feit van internetoplichting.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofuitspraak. De Hoge Raad hoeft geen nadere motivering te geven omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast heeft de Hoge Raad ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn voor de cassatiefase is overschreden, maar dit leidt niet tot een ander rechtsgevolg in deze ontnemingszaak. In de samenhangende strafzaak wordt nog beoordeeld of compensatie voor termijnoverschrijding moet plaatsvinden.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt daarmee het oordeel van het hof over de ontnemingsvordering, ondanks de vrijspraak in de strafzaak in eerste aanleg.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen de ontnemingsvordering na vrijspraak in eerste aanleg.