ECLI:NL:HR:2026:393
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over WOZ-waarde woning en verklaart verzet gegrond
Belanghebbende betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het jaar 2022, die was vastgesteld op €157.000. Hij voerde aan dat de waardestijging ten opzichte van het voorgaande jaar onvoldoende was onderbouwd en dat het taxatieverslag onjuiste gegevens bevatte, zoals een onjuiste dakoppervlakte en onjuiste referentieobjecten.
De Rechtbank Limburg verklaarde het beroep kennelijk ongegrond en wees het verzet af, omdat de vastgestelde waarde van een eerder jaar geen zelfstandige betekenis heeft en belanghebbende geen nieuwe inhoudelijke gronden had aangevoerd. In het verzet stelde belanghebbende echter nieuwe argumenten aan de orde.
De Hoge Raad oordeelt dat de Rechtbank onvoldoende acht heeft geslagen op deze nieuwe argumenten in het verzetschrift, waardoor twijfel ontstaat over de uitkomst van het beroep. Daarom wordt het verzet gegrond verklaard, de uitspraak van de Rechtbank op het verzet vernietigd en wordt de Rechtbank opgedragen het onderzoek voort te zetten.
Daarnaast wijst de Hoge Raad het verzoek om immateriële schadevergoeding in cassatie af, omdat de uitspraak binnen twee jaar wordt gedaan. De proceskosten in cassatie worden niet aan belanghebbende opgelegd, en het griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het verzet gegrond en vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, waarna de Rechtbank het onderzoek moet voortzetten.