Uitspraak
van de Algemene wet bestuursrecht.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen uitspraken van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over aanslagen inkomstenbelasting en heffingsrente voor meerdere jaren. De Staatssecretaris gaf aan de premies terug te betalen en een proceskostenvergoeding toe te kennen, waarna belanghebbende het cassatieberoep introk en verzocht om vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De Rechtbank had eerder een proceskostenvergoeding toegekend op basis van wegingsfactor 0,5 vanwege overschrijding van de redelijke termijn in beroep. Belanghebbende verzocht nu om een vergoeding op basis van wegingsfactor 1, omdat inhoudelijk aan zijn bezwaren was tegemoetgekomen.
De Staatssecretaris betoogde dat de proceskostenvergoeding van de Rechtbank niet in cassatie was bestreden en dat dit punt niet alsnog kon worden opgeworpen na intrekking. De Hoge Raad oordeelde echter dat bij tegemoetkoming aan het bezwaar het beroep gegrond moet worden geacht en de volledige wegingsfactor toegepast dient te worden.
De Hoge Raad verhoogde de vergoeding tot €1.868, verminderd met reeds toegekende €525, zodat de Inspecteur €1.343 moet betalen. Over het griffierecht kan de Hoge Raad geen beslissing nemen, maar het bestuursorgaan is verplicht dit te vergoeden bij intrekking wegens tegemoetkoming.
Het arrest bevestigt dat bij intrekking van cassatie na tegemoetkoming in bezwaar de proceskostenvergoeding voor de beroepsfase op basis van de volledige wegingsfactor moet worden toegekend.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot verhoging van de proceskostenvergoeding toe en stelt het te betalen bedrag vast op €1.343.