ECLI:NL:HR:2019:1274
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad wijst kostenvergoeding toe na intrekking cassatie in WOZ-zaak
Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de WOZ-waarde en onroerendezaakbelastingen van een woning in Laren. Nadat overeenstemming was bereikt met de gemeente over de WOZ-waarde, trok belanghebbende het cassatieberoep in.
De Hoge Raad beoordeelde het verzoek om vergoeding van proceskosten die belanghebbende redelijkerwijs had moeten maken in verband met de behandeling van het bezwaar, de procedures bij de Rechtbank, het Hof en het cassatieberoep. Gezien artikel 8:75a Awb achtte de Hoge Raad toekenning van deze kostenvergoeding gerechtvaardigd.
De Hoge Raad veroordeelde het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laren tot vergoeding van de griffierechten en de kosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand voor alle procesfasen. Dit arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 19 juli 2019.
Uitkomst: De Hoge Raad veroordeelt de gemeente Laren tot vergoeding van griffierechten en kosten voor rechtsbijstand na intrekking van het cassatieberoep.