Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
Het Hof heeft echter vastgesteld dat de termijn die als redelijk moet worden beschouwd voor het behandelen van een hoger beroep, is overschreden. Het heeft daarom de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) veroordeeld tot vergoeding van een immateriële schade van € 500.
De omstandigheid dat aan belanghebbende een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in de fase van hoger beroep is toegekend, is aanleiding om de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) te veroordelen in de kosten van het hoger beroep. Bij de berekening van deze vergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand zal worden uitgegaan van (i) een verzoek om schadevergoeding waaraan 1 punt wordt toegekend, en (ii) wegingsfactor 0,25 (zeer licht), zoals voorzien in de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht.