Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
24 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van diefstal met valse sleutels, gewoontewitwassen en deelname aan een criminele organisatie. Het hof legde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden op, gecombineerd met een taakstraf van 180 uren.
De advocaat-generaal concludeerde dat deze strafoplegging in strijd is met artikel 9.4 Sr, omdat het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf meer dan zes maanden bedraagt en de combinatie met een taakstraf niet is toegestaan. De Hoge Raad volgt dit oordeel en vernietigt het arrest van het hof uitsluitend wat betreft de strafoplegging, met uitzondering van de schadevergoedingsmaatregel.
De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe beoordeling en beslissing over de strafoplegging. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 24 maart 2026.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens onrechtmatige combinatie van straffen en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.