ECLI:NL:PHR:2026:359
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste strafoplegging bij vervoeren MDMA
De verdachte werd door het gerechtshof veroordeeld voor het opzettelijk vervoeren van ongeveer 10.285 gram MDMA in de vorm van XTC-pillen, aangetroffen in een gele boodschappentas op de achterbank van zijn auto. Het hof baseerde de veroordeling op het feit dat de tas zichtbaar was vanuit de bestuurderspositie, waardoor de verdachte wetenschap en feitelijke beschikkingsmacht over de drugs had.
De verdediging voerde aan dat de medeverdachten de auto kort voor de aanhouding hadden verlaten, dat vingerafdrukken van een ander op de tas waren gevonden en dat de verdachte de tas niet had gezien, waardoor de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd zou zijn. De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof het feit dat de tas zichtbaar was en de verdachte de enige inzittende was, terecht heeft meegewogen en dat het oordeel niet onbegrijpelijk is.
Wel oordeelt de Hoge Raad dat het opleggen van een taakstraf naast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden in strijd is met art. 9 lid 4 Sr Pro, dat dit slechts toestaat indien het onvoorwaardelijke deel maximaal zes maanden bedraagt. Daarom wordt het arrest vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en wordt de zaak terugverwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling van de straf.
De Hoge Raad merkt voorts op dat de redelijke termijn is overschreden, maar dat dit bij de hernieuwde behandeling door het hof aan de orde kan komen. Het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Arrest vernietigd voor wat betreft strafoplegging en zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.