ECLI:NL:PHR:2026:65

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
24/03219
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 lid 4 SrArt. 27 Sr
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onrechtmatige combinatie van gevangenisstraf en taakstraf

De verdachte is door het gerechtshof Den Haag bij arrest van 8 augustus 2024 veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen met gebruik van valse sleutels, medeplegen van gewoontewitwassen en als leider deelnemen aan een criminele organisatie. Het hof legde een gevangenisstraf van 12 maanden onvoorwaardelijk op, met aftrek van voorarrest, en daarnaast een taakstraf van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft in zijn conclusie van 13 januari 2026 het cassatiemiddel van de verdediging behandeld. Dit middel klaagt dat het hof een wettelijk niet toegestane combinatie van straffen heeft opgelegd, namelijk een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meer dan zes maanden gecombineerd met een taakstraf, hetgeen in strijd is met artikel 9 lid 4 van Pro het Wetboek van Strafrecht.

De conclusie stelt vast dat het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel van de gevangenisstraf 12 maanden bedraagt, wat de wettelijke grens van zes maanden overschrijdt. De combinatie met een taakstraf is daarom niet toegestaan. De procureur-generaal adviseert de bestreden uitspraak te vernietigen voor zover het de strafoplegging betreft en de zaak terug te verwijzen naar het hof voor een nieuwe strafoplegging.

Er zijn geen andere gronden voor vernietiging gevonden. De conclusie verwijst naar eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad ter onderbouwing van de rechtsregel. De zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting en afdoening van de strafoplegging.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer24/03219
Zitting13 januari 2026
CONCLUSIE
V.M.A. Sinnige
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte

1.Inleiding

1.1
De verdachte is bij arrest van 8 augustus 2024 door het gerechtshof Den Haag (parketnr. 22-002748-22) wegens:
3. “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd”;
4. “medeplegen van gewoontewitwassen”; en
5. “als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven”
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van de tijd overeenkomstig art. 27 Sr Pro, en een taakstraf voor de duur van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis. Het hof heeft daarnaast beslissingen genomen over de inbeslaggenomen goederen en de vorderingen van de benadeelde partijen, een en ander zoals vermeld in het bestreden arrest.
1.2
Er bestaat samenhang met de zaak 24/03216, waarin ik vandaag ook zal concluderen.
1.3
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. J.L. L'Homme en J.E. Kötter, beiden advocaat in Amsterdam, hebben één middel van cassatie voorgesteld.

2.Het middel

2.1
Het middel klaagt dat het hof een wettelijk niet toegestane combinatie van straffen heeft opgelegd door een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van een langere duur dan zes maanden te combineren met een taakstraf.
2.2
Het bestreden arrest houdt over de strafoplegging onder meer het volgende in:
“Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 3, 4 en 5 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
90 (negentig) dagen hechtenis.”
2.3
Art. 9 lid 4 Sr Pro luidt:
“In geval van veroordeling tot gevangenisstraf of tot hechtenis, vervangende hechtenis daaronder niet begrepen, waarvan het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel ten hoogste zes maanden bedraagt, kan de rechter tevens een taakstraf opleggen.”
2.4
Het hof heeft aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden opgelegd. Het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel bedraagt dus meer dan 6 maanden. Daarnaast heeft het hof een taakstraf van 180 uren opgelegd. De strafoplegging in zijn geheel is daarmee in strijd met art. 9 lid 4 Sr Pro. [1]
2.5
Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld.

3.Slotsom

3.1
Het middel slaagt.
3.2
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
3.3
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G

Voetnoten

1.Vgl. HR 11 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2289, HR 11 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2295, HR 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:655, HR 7 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:336 en HR 3 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:776.