ECLI:NL:HR:2026:493
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over antidumpingrechten en verwijst terug naar Hof Amsterdam
Belanghebbende, een onderneming, was door de Staatssecretaris van Financiën uitgenodigd tot betaling van antidumpingrechten. Na een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland en hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel van belanghebbende slaagt op basis van een gelijktijdig gewezen arrest (ECLI:NL:HR:2026:389). Hierdoor kon het arrest van het Hof Amsterdam niet in stand blijven en werd het vernietigd.
De zaak wordt terugverwezen naar het Hof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing, waarbij het arrest van de Hoge Raad als richtsnoer dient. De Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep en moet het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoeden.
Deze uitspraak betreft de toepassing van antidumpingrechten en de beoordeling van de niet-preferentiële oorsprong van goederen volgens art. 24 CDW Pro, met name wanneer meerdere landen betrokken zijn bij de vervaardiging van goederen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof voor verdere behandeling.