ECLI:NL:HR:2026:493

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
22/04803
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 CDW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt arrest over antidumpingrechten en verwijst terug naar Hof Amsterdam

Belanghebbende, een onderneming, was door de Staatssecretaris van Financiën uitgenodigd tot betaling van antidumpingrechten. Na een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland en hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel van belanghebbende slaagt op basis van een gelijktijdig gewezen arrest (ECLI:NL:HR:2026:389). Hierdoor kon het arrest van het Hof Amsterdam niet in stand blijven en werd het vernietigd.

De zaak wordt terugverwezen naar het Hof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing, waarbij het arrest van de Hoge Raad als richtsnoer dient. De Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep en moet het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoeden.

Deze uitspraak betreft de toepassing van antidumpingrechten en de beoordeling van de niet-preferentiële oorsprong van goederen volgens art. 24 CDW Pro, met name wanneer meerdere landen betrokken zijn bij de vervaardiging van goederen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof voor verdere behandeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer22/04803
Datum27 maart 2026
ARREST
in de zaak van
[X] S.A.S. (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 1 november 2022, nr. 22/00061 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 17/4771) betreffende aan belanghebbende uitgereikte uitnodigingen tot betaling van antidumpingrechten.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door G.J. van Slooten en M.J.T. van der Knaap, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van het middel

2.1
Het middel slaagt op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 22/04802, ECLI:NL:HR:2026:389.
2.2
Gelet op hetgeen hiervoor in 2.1 is overwogen, kan de uitspraak van het Hof niet in stand blijven. Het middel voor het overige behoeft geen behandeling. Verwijzing moet volgen.

3.Proceskosten

De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaak met nummer 22/04802 met deze zaak samenhangt in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie gegrond,
- vernietigt de uitspraak van het Hof,
- wijst het geding terug naar het Gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest,
- gelast dat de Staatssecretaris van Financiën aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie betaalde griffierecht ten bedrage van € 548, en
- veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op de helft van € 1.868, oftewel € 934, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026.