Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
5.Beslissing
27 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Partijen waren gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn in 2010 gescheiden. De echtelijke woning, gefinancierd met een aflossingsvrije hypotheek, werd aan de man toegewezen onder de voorwaarde dat de vrouw uit haar hypotheekverplichtingen werd ontslagen. De rechtbank stelde de waarde van de woning en de onderwaarde vast en veroordeelde de vrouw tot betaling van de helft van de onderwaarde aan de man.
De man bleef in de woning wonen en vroeg in 2020 betaling van de onderbedelingsvordering, waaraan de vrouw niet voldeed. Partijen stelden wederzijdse vorderingen in, waaronder een gebruiksvergoeding voor de vrouw en aanpassing van de notariële akte. De rechtbank kende een gebruiksvergoeding toe over een deel van de periode, maar het hof vernietigde dit en bevestigde de rest van het vonnis.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte geen aandacht had besteed aan het betoog van de vrouw dat het onaanvaardbaar was dat de man aanspraak maakte op volledige nakoming van de onderbedelingsvordering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Ook was het oordeel van het hof over het niet bespreken van bepaalde grieven van de man onbegrijpelijk. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het hof Den Haag voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het hof Den Haag voor verdere behandeling.