Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
31 maart 2026.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 31 maart 2026 het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 september 2023 vernietigd en de zaak terugverwezen. De zaak betreft een mishandeling waarbij de verdachte werd veroordeeld op basis van verklaringen van het slachtoffer en een getuige, die door de verdediging betwist werden.
De verdediging had in hoger beroep laat een verzoek gedaan om het slachtoffer en een getuige als getuigen te horen, wat het hof afwees wegens gebrek aan noodzaak en te late indiening. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft onderzocht of de afwijzing van het getuigenverzoek en het gebruik van de eerder afgelegde verklaringen verenigbaar zijn met het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro.
Daarnaast is het oordeel van het hof over de tijdigheid van het verzoek niet begrijpelijk, omdat niet is gebleken dat de verdediging uitdrukkelijk heeft verklaard geen getuigenverzoeken meer te hebben of dat zij expliciet is gewezen op het belang daarvan. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug voor een nieuwe behandeling door het hof.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling wegens schending van het recht op een eerlijk proces.