ECLI:NL:HR:2026:543
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 september 2025. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van dit beroep. Uit de processtukken bleek dat het beroepschrift op 16 november 2025 bij de Hoge Raad was ontvangen, terwijl de wettelijke termijn van zes weken na de uitspraak van het hof was verstreken.
De Hoge Raad gaf belanghebbende vervolgens de gelegenheid om binnen vier weken te verklaren waarom de termijn was overschreden. De door belanghebbende ingediende verklaring bood geen voldoende grond om het verzuim te rechtvaardigen. Daarom werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 27 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.