Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:547

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
27 maart 2026
Zaaknummer
25/04444
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingzaak over aanslagen en boetes

Belanghebbende heeft in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bezwaar gemaakt tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2018 en 2019, alsmede tegen de daarbij gegeven boetebeschikking en belastingrente. Het hof heeft op 11 november 2025 uitspraak gedaan in deze zaak.

Belanghebbende heeft vervolgens cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad tegen deze uitspraak. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en daarbij het advies van de procureur-generaal betrokken.

De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en maakt daarom gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.

Het arrest is op 27 maart 2026 gewezen door de Hoge Raad, waarbij de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij betrokken waren.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer25/04444
Datum27 maart 2026
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,
vertegenwoordigd door [P],
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 november 2025, nrs. BK-ARN 24/651 en 24/652 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. ARN 22/4861 en 22/5813) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2018 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de daarbij gegeven boetebeschikking en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente, en de aan belanghebbende voor het jaar 2019 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026.