ECLI:NL:HR:2026:547
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingzaak over aanslagen en boetes
Belanghebbende heeft in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bezwaar gemaakt tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2018 en 2019, alsmede tegen de daarbij gegeven boetebeschikking en belastingrente. Het hof heeft op 11 november 2025 uitspraak gedaan in deze zaak.
Belanghebbende heeft vervolgens cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad tegen deze uitspraak. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en daarbij het advies van de procureur-generaal betrokken.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en maakt daarom gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Het arrest is op 27 maart 2026 gewezen door de Hoge Raad, waarbij de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij betrokken waren.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.