ECLI:NL:HR:2026:58
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Cassatie over proceskostenvergoeding bij ongegrond hoger beroep bestuursorgaan
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 16 januari 2026 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure die was ingesteld door belanghebbende, vertegenwoordigd door A. Oosters, tegen het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland. De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 13 november 2024, waarin het hoger beroep van de heffingsambtenaar ongegrond werd verklaard en belanghebbende geen proceskostenvergoeding werd toegekend. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte geen veroordeling in de proceskosten heeft uitgesproken, aangezien het hoger beroep van het bestuursorgaan ongegrond was. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het Hof vernietigd en het Dagelijks Bestuur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende voor het principale hoger beroep. De Hoge Raad heeft ook aangegeven dat er onvoldoende gegevens zijn om een beslissing te nemen over de hoogte van de proceskostenvergoeding in deze cassatieprocedure. Belanghebbende krijgt de gelegenheid om nadere gegevens te verstrekken, waarna het Dagelijks Bestuur kan reageren. De Hoge Raad houdt verdere beslissingen aan totdat deze procedure is gevolgd.