Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft de zaak schriftelijk doen toelichten door A.J.C. Perdaems, advocaat.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over naheffingsaanslagen omzetbelasting voor de periodes van 1 oktober 2018 tot en met 31 december 2018 en van 1 januari 2019 tot en met 31 augustus 2019. Het geschil betrof de vraag of magische truffels als levensmiddelen voor menselijke consumptie konden worden aangemerkt en daarmee onder de vrijstelling van omzetbelasting vielen.
Na eerdere uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant en het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarbij de naheffingsaanslagen werden bevestigd, stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld aan de hand van het rechtszekerheidsbeginsel en de toepasselijke bepalingen in de Wet op de Omzetbelasting en de BTW-richtlijn.
De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest (ECLI:NL:HR:2026:450) waarin soortgelijke kwesties zijn behandeld en concludeert dat de middelen van belanghebbende falen. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt daarmee de eerdere uitspraken. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslagen omzetbelasting op magische truffels.