Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P1], heeft een verweerschrift ingediend.
De Minister van Justitie en Veiligheid, vertegenwoordigd door [P2], heeft schriftelijk gereageerd op het hiervoor bedoelde verzoek en zich gerefereerd aan het oordeel van de Hoge Raad.
2.Uitgangspunten in cassatie
Magische truffels bevatten psychoactieve stoffen, te weten psilocine en psilocybine, die bij consumptie psychedelische effecten geven. Het innemen van magische truffels leidt tot hallucinaties, het feller zien van kleuren, het intenser beleven van geluiden en dergelijke ervaringen. Magische truffels kunnen vanwege deze effecten slechts in kleine hoeveelheden worden geconsumeerd. Zij worden meestal rauw gegeten.
Magische truffels vallen niet onder de Opiumwet zodat zij vrij kunnen worden gekweekt en verhandeld.
3.De oordelen van het Hof
De arresten van 19 december 2014 hebben, aldus het Hof, betrekking op de uitleg van het begrip "pootgoed voor de teelt van groenten en fruit" in post a.3 van Tabel I en niet op de uitleg van het begrip voedingsmiddel in post a.1 van Tabel I. Bovendien volgt uit de in die arresten gegeven uitleg van de begrippen groente en fruit als bedoeld in post a.3 van Tabel I niet dat een schimmel als een in post a.1 van Tabel I bedoeld voedingsmiddel kan worden aangemerkt. In het arrest van 19 juni 2015 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat paddo’s voedingsmiddelen zijn als bedoeld in post a.1 van Tabel I, waarbij het Hof aantekent dat volgens dat arrest niet in geschil was dat paddo’s eetbaar zijn. Aan dit oordeel van de Hoge Raad heeft belanghebbende volgens het Hof dan ook niet in algemene zin de zekerheid kunnen ontlenen dat magische truffels als voedingsmiddelen in de zin van post a.1 van Tabel I kunnen worden aangemerkt. Verder heeft het Hof belanghebbende erop gewezen dat de Hoge Raad in de zaak die heeft geleid tot het arrest van de Hoge Raad van 18 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2082 (hierna: het arrest van 18 december 2020), al bij arrest van 19 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:643, aan het Hof van Justitie van de Europese Unie de prejudiciële vragen heeft gesteld die hebben geleid tot het arrest van het Hof van Justitie van 1 oktober 2020, X, C-331/19, ECLI:EU:C:2020:786 (hierna: het arrest X). Ten tijde van het doen van de aangiften voor de omzetbelasting over de betrokken tijdvakken in 2020 en 2021 was het voor belanghebbende dus kenbaar dat in de rechtspraak over de uitleg van post a.1 van Tabel I onduidelijkheid bestond, aldus het Hof.
4.Beoordeling van de middelen
Voedingsmiddelen als bedoeld in post a.1, letter a, van Tabel I
a. eet- en drinkwaren die plegen te worden aangewend voor menselijke consumptie;”.
Deze oordelen van het Hof geven – buiten redelijke twijfel – niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, ook niet in het licht van hetgeen het Hof van Justitie in punt 36 van het arrest X heeft overwogen. Aan het oordeel dat magische truffels uitsluitend worden geconsumeerd voor een ander doel dan het innemen van voedingsstoffen, heeft het Hof ten grondslag kunnen leggen de omstandigheid dat magische truffels vanwege hun hallucinerende werking slechts in kleine hoeveelheden kunnen worden geconsumeerd zodat bij inname van magische truffels in die kleine hoeveelheden de hoeveelheid noodzakelijke voedingsstoffen verwaarloosbaar is geworden. Dit oordeel, dat van feitelijke aard en niet onbegrijpelijk is, kan in cassatie niet met succes worden bestreden.
Anders dan middel 2 betoogt, is met de hiervoor vermelde oordelen niet geoordeeld, noch ligt in deze oordelen het oordeel van de Hoge Raad besloten, dat alle mogelijk eetbare producten, ongeacht soort, samenstelling, voedingswaarde of vorm, onder voedingsmiddelen in de zin van post a.1, letter a, van Tabel I worden begrepen. Sclerotia zijn – anders dan paddenstoelen, dat wil zeggen de eetbare vruchtlichamen van een zwam of schimmel – niet als een groente te beschouwen. Aan de arresten van 19 december 2014 en het arrest van 19 juni 2015 kan daarom niet de zekerheid worden ontleend dat ook de schimmels die tussen de zwamdraden van bepaalde paddenstoelen onder de grond groeien (sclerotia) tot de in post a.1 van Tabel I vermelde voedingsmiddelen behoren.