In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) [de kinderen] zijn de kinderen van [de erflater] (hierna: de erflater) en [de moeder] (hierna: de moeder).
(ii) De moeder is overleden in januari 2015.
(iii) [eiseres] heeft als zorgverlener bij thuiszorgorganisatie Icare gewerkt. Samen met ander personeel van Icare verleende [eiseres] als eerste verantwoordelijke in ieder geval vanaf 15 oktober 2014 zorg aan de erflater. In de Anamnese Verpleging en Verzorging is over de gezondheid van de erflater onder meer het volgende opgenomen:
“*Dhr. heeft sinds 2013 diagnose parkinson gerelateerde dementie (Lewy body) zich uitend in oppervlakkige tremoren, licht afhangende mond, moeite met regie en structuur en verminderde concentratie.
* Dhr. heeft sinds 2012 prostaatcarcinoom waarvoor hormoontabletten
* Dhr. heeft in het verleden huidkanker gehad en een nieuwe hartklep gekregen ivm verkalking
(sclerose)
* Dhr. staat onder controle bij uroloog, hartspecialist, dermatoloog en geriater. (...)
* Ivm ontbreken dagritme vergeet dhr. te eten (...)
* Dhr. is dagritme/structuur kwijt na overlijden van echtgenote
* Huishouden wordt verzorgd door (klein)dochter
* (...) kan niet zelf voor (...) medicatie zorgen: mist het overzicht, [vergeet] het in te nemen of pakt teveel zakjes tegelijk.
* (...) heeft moeite met verlies zelfstandigheid en lichamelijke/geestelijke achteruitgang.”
(iv) Op enig moment tussen 2 januari 2015 en eind maart 2015 heeft [eiseres] een relatie met de erflater gekregen.
(v) In april 2015 is [eiseres] door Icare ontslagen. Aanleiding tot het ontslag was de melding door [de kinderen] dat [eiseres] met hun vader een relatie was aangegaan.
(vi) De erflater heeft eind maart 2015 de zorgrelatie met Icare beëindigd.
(vii) [eiseres] heeft na medio april 2015 zelf de zorg voor de erflater geheel op zich genomen.
(viii) Na mei 2015 hebben [de kinderen] geen contact meer met hun vader gehad.
(ix) Op 9 juni 2015 heeft [eiseres] zich ingeschreven op het adres van de erflater.
(x) Bij notariële akten van 24 juni 2015 hebben [eiseres] en de erflater een samenlevingsovereenkomst gesloten en heeft de erflater een levenstestament opgesteld waarin [eiseres] en een vriend van de erflater zijn gevolmachtigd om zijn vermogensrechtelijke en andere zakelijke belangen te behartigen. Voorts is op diezelfde dag bij de notaris een testament van de erflater verleden.
(xi) Op 17 december 2015 is opnieuw een testament van de erflater gepasseerd.
(xii) Op 28 juli 2016 heeft de erflater een aanvullend testament laten opmaken. Daarin is onder uitdrukkelijke instandhouding van het testament van 17 december 2015 [eiseres] , behalve tot executeur, tot afwikkelingsbewindvoerder benoemd en is nadere invulling gegeven aan die functie.
(xiii) Op 9 september 2016 zijn de erflater en [eiseres] met elkaar gehuwd. In hun huwelijkse voorwaarden van 8 september 2016 hebben zij iedere huwelijksvermogensrechtelijke gemeenschap uitgesloten en afgesproken dat bij het einde van het huwelijk, op welke grond dan ook, geen verrekening van inkomsten of vermogen zal plaatsvinden.
(xiv) In augustus 2019 is de erflater overleden, waarna [eiseres] haar benoeming tot executeur/afwikkelingsbewindvoerder heeft aanvaard.
(xv) Bij brief van 14 februari 2020 heeft een kantoorgenoot van de notaris aan [de kinderen] onder meer geschreven:
“
In het testament van 17 december 2015 staat dat de wettelijke verdeling van toepassing is. Echter
door een omissie staat [ [eiseres] ] niet als mede-erfgenaam vermeld. Er zal aan de rechter een verklaring van recht worden gevraagd om dit te bevestigen (...)”