Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
voor zich:eiseres in conventie,
voor zich:verweerster in reconventie,
1.[geïntimeerde1] (hierna te noemen: [geïntimeerde1] ),
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
Het verlengen van de 4 jaar die ik mag blijven zitten in het huis van [erflater] gaat iig naar 10 jaar. (Dit omdat wij veel geld hebben geïnvesteerd in het opzetten van mijn medisch pedicure praktijk.)
3.Het geschil
a)primair: dat appellante geen voordeel mag trekken uit het testament van erflater wegens
a) de boedelbeschrijving met onderliggende bewijsstukken;
“Gaat men uit van de gedachte, dat bij de toe te laten beschikkingen verondersteld mag worden dat de beweegreden in de nauwe verwantschap en niet in de functie van de bevoordeelde lag, dan is het (…) redelijk een stap verder te gaan (…) dus genoegen te nemen met het vereiste dat de bevoordeelde echtgenoot of bloed- of aanverwant (…) van de erflater is.”(Parl. Gesch. Boek 4 BW art. 4.3.2.6 MvA II, p. 335).
“dat [appellante] op grond van artikel 4:59 lid 1 BW Pro geen rechten