ECLI:NL:HR:2026:631
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening in belastingzaak niet-ontvankelijk verklaard
De Hoge Raad heeft op 10 april 2026 het verzoek om herziening van het arrest van 20 december 2024, ingediend door [X], beoordeeld. Het verzoek betrof een belastingrechtelijke kwestie die eerder door de Hoge Raad was behandeld onder ECLI:NL:HR:2024:1882.
Na beoordeling en advies van de procureur-generaal is geconcludeerd dat het verzoek om herziening duidelijk niet kan slagen. De Hoge Raad heeft daarom gebruikgemaakt van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
Er is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, samen met raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026.
Uitkomst: Het verzoek om herziening is niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere motivering.