Uitspraak
1.Geding in cassatie
Het Hof van Justitie heeft bij arrest van 4 september 2025, Hakamp, C-203/24, ECLI:EU:C:2025:662 (hierna: het arrest Hakamp), die vragen beantwoord.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over de toepasselijke socialezekerheidswetgeving. De zaak betreft een besluit van de Sociale Verzekeringsbank over de voorlopige vaststelling van de toepasselijke wetgeving.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie behandeld nadat het Hof van Justitie van de Europese Unie prejudiciële vragen had beantwoord in het arrest Hakamp (C-203/24). Partijen hebben hierop schriftelijk gereageerd.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van belanghebbende zich richten op feitelijke vaststellingen van de Centrale Raad, waartegen in cassatie geen succes kan worden behaald. Hierdoor is het niet nodig om prejudiciële vragen te stellen over Unierechtelijke bepalingen.
De overige klachten leiden ook niet tot vernietiging van de uitspraak van de Centrale Raad. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet nader, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep blijft in stand.