2.1In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) [de ondernemers] zijn horeca-ondernemers en bestuurders en aandeelhouders van BOMO III B.V. (hierna: BOMO). Sinds het begin van de jaren ’90 bankieren [de ondernemers] bij Deutsche Bank.
(ii) In 2002 bestond de financiering van [de ondernemers] bij Deutsche Bank uit een driejarige roll-over lening van € 26.300.000,-- en een twintigjarige roll-over lening met een aflopende hoofdsom van € 7.000.000,--. Beide leningen (hierna: de leningen) werden afgesloten tegen een variabele (Euribor-)rente vermeerderd met een opslag.
(iii) In de daaropvolgende jaren werd(en) de (financieringen binnen de) financieringsportefeuille herhaaldelijk verlengd en/of uitgebreid.
(iv) Op 22 november 2005 hebben [de ondernemers] twee renteswaps afgesloten met Deutsche Bank om het renterisico van de leningen af te dekken: Renteswap 1 (hierna in de geciteerde overwegingen van het hof ook: Renteswap 2005) met een hoofdsom van € 7.000.000,-- en een vaste rente van 3,535%, die met de twintigjarige roll-over lening correspondeert; en Renteswap 1a met een hoofdsom van € 26.300.000,-- en een vaste rente van 3,67%, die met de driejarige roll-over lening correspondeert.
(v) In september 2007 en januari 2008 heeft Deutsche Bank [de ondernemers] gewezen op de positieve waarde van de renteswaps.
(vi) [de ondernemers] hebben de twee renteswaps op 31 januari 2008 beëindigd door middel van een door hen en Deutsche Bank ondertekend beëindigingsformulier.
(vii) Als gevolg van de voortijdige beëindiging van de twee renteswaps heeft Deutsche Bank aan [de ondernemers] in februari 2008 een positieve marktwaarde van € 150.000,-- voor Renteswap 1 en € 765.000,-- voor Renteswap 1a betaald.
(viii) Begin juni 2008 – de Euribor was sinds januari 2008 gestegen – heeft Deutsche Bank met [de ondernemers] gesproken over het opnieuw afsluiten van renteswaps.
(ix) Een rentevisie van het Economisch Bureau van Deutsche Bank van 2 juni 2008 over het eerste kwartaal van 2008 tot en met het laatste kwartaal van 2009 luidt, voor zover relevant, als volgt:
“De ECB maakt voorlopig pas op de plaats
Veel aandacht gaat de laatste tijd uit naar de inflatie. (...) Bij herhaling laten ECB-vertegenwoordigers zich bezorgd uit over de hoge inflatie (…). (…) Bovendien heeft de eurozone-economie het in het eerste kwartaal goed gedaan – beter dan was verwacht (...). Daarom lijken de markten nu niet meer in een renteverlaging van de ECB te geloven. (...)
Wat betekent dit nu? De conclusie lijkt logisch dat van een renteverlaging door de ECB voorlopig géén sprake kan zijn. Toch is een renteverlaging voor ons nog niet van de baan. Dat heeft te maken met onze verwachtingen voor groei en inflatie. (…) Onder de veronderstelling dat de olieprijs de komende tijd vrij stabiel blijft als gevolg van de wat afnemende mondiale groei, zien wij de inflatie tegen het eind van het jaar flink dalen. In zo’n situatie kan de ECB toch de rente verlagen.
De driemaands euriborrente noteerde de hele maand mei 86 basispunten boven het refi-tarief. Er lijkt dus nog geen enkel teken te zijn dat het vertrouwen tussen banken onderling weer wat verbetert. De eenmaands euribor liep eind mei zelfs opeens 10 basispunten op. De financiële markten lijken er echter van uit te gaan dat het ergste van de kredietcrisis achter de rug is. Dat zou er dan toe moeten leiden dat de interbancaire rentes weer gaan dalen (...)
Lange rente weer omlaag?
De lange rente in de eurozone is in mei zo’n 30 basispunten opgelopen. (...) Op heel korte termijn zal daar weinig verandering in komen. Aan het slechte nieuws over de Amerikaanse economie is echter, denken wij, nog geen einde gekomen. Bovendien zal de groei in de eurozone ook inzakken. In het tweede halfjaar moeten ook weer met wat lagere lange rentes rekening worden gehouden (...).”
In een overzicht in dit document onder de kop “Rente en valutavooruitzichten:” is bij “3m-euribor” vermeld onder “Kwartaalultimo’s”: “08Q1” 4,7, “08Q2” 4,8, “08Q3” 4,6, “08Q4” 4,0, en “09Q4” 3,8.
(x) Een document genaamd “Visie op rente en euro - update” van het Economisch Bureau van Deutsche Bank van 16 juni 2008 luidt, voor zover relevant, als volgt:
“Inflatievrees alom - ECB gaat rente verhogen
(…) En als klap op de vuurpijl kondigde ECB-president Trichet bij de laatste persconferentie min of meer aan dat de ECB de rente in juli waarschijnlijk gaat verhogen. (…)
Het lijkt ons duidelijk dat van een renteverlaging in de nabije toekomst geen sprake zal zijn. (...) Wij gaan ervan uit dat de ECB de rente inderdaad in juli zal verhogen. (…) Bovendien hebben zich sindsdien geen ontwikkelingen voorgedaan die een uitstel van zo’n rentestap zouden rechtvaardigen. (…) We gaan ervan uit dat de Fed de rente dit jaar niet zal verlagen (onze visie tot begin deze maand) maar ook niet zal verhogen. De kans blijft echter groot dat zij er begin 2009 – gezien de kwakkelende economie – toch toe over zal gaan de rente weer te verlagen. We veronderstellen daarbij dat de inflatie tegen die tijd wezenlijk is afgenomen. (…) Ook in de eurozone blijft daarom een renteverlaging goed mogelijk, maar niet eerder dan ruwweg rond de jaarwisseling.
De lange rente, die de laatste weken fors is opgelopen, zal in het hierboven beschreven scenario niet blijven stijgen, maar tijdelijk wat gaan dalen. In 2009 zal de beweging echter weer omhoog zijn.”
(xi) Een e-mail van Deutsche Bank aan De Boer van 19 juni 2008 bevat de tarieven van de hierna genoemde renteswaps. De e-mail luidt voorts, voor zover relevant, als volgt:
“De lening van EUR 26,3 mio heeft een looptijd tot 1-8-2008. Verlenging van deze lening zal terzijnertijd worden voorgelegd aan onze kredietcommissie. Indien de lening niet (geheel) verlengd wordt, dan gaan we over tot het (deels) unwinden van de renteswap. De eventuele positieve of negatieve waarde van de swap wordt dan met jullie verrekend. Deze clausule wordt expliciet vermeld, omdat de renteswaps uitsluitend voor het indekken van het renterisico mogen worden gebruikt en niet speculatief.”
(xii) [de ondernemers] hebben op 27 juni 2008 wederom twee renteswaps bij Deutsche Bank afgesloten, Renteswap 2 (hierna in de geciteerde overwegingen van het hof ook: Renteswap 2008) en Renteswap 2a. Renteswap 2 had een looptijd van tien jaar, een aflopende hoofdsom van € 5.970.588,-- en een vaste rente van 4,92%. Renteswap 2a had een looptijd van tien jaar, een hoofdsom van € 26.300.000,-- en een vaste rente van 4,89%.
(xiii) Eind 2010/begin 2011 hebben [de ondernemers] Renteswap 2a en de onderliggende financiering overgedragen aan BOMO. Tussen BOMO en Deutsche Bank was een procedure aanhangig, die heeft geleid tot een arrest van de Hoge Raad van 12 januari 2024.
(xiv) Op 1 juli 2018 is Renteswap 2 conform de overeenkomst geëxpireerd.
(xv) In januari 2020 hebben [de ondernemers] Renteswap 2 buitengerechtelijk vernietigd wegens dwaling en Deutsche Bank aansprakelijk gesteld voor de schade die zij hebben geleden.