Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
Achternaam: [benadeelde 2]
Voornamen: [benadeelde 2]
3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
De verdediging heeft op 9 mei 2023 het verzoek gedaan tot een onderzoek naar de betrouwbaarheid van de processen-verbaal van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] waarin hun onderzoeksbevindingen over die video zijn neergelegd. Het hof heeft dat verzoek toegewezen. Dit leidde tot een rapport van de [deskundige 1] van het NFI van 9 februari 2024.
De verdediging heeft vervolgens op 24 september 2024 het verzoek gedaan tot een nader onderzoek naar het door het NFI gedane deskundigenonderzoek, door een medewerker van het NFO te benoemen als deskundige voor een “second opinion”. Het hof heeft dat verzoek afgewezen.
In een geval als in deze zaak aan de orde – waarin de verdediging al in de gelegenheid is gesteld om aan de hand van een tegenonderzoek de betrouwbaarheid te (doen) onderzoeken van een deskundigenverklaring, en waarin de verdediging vervolgens het verzoek heeft gedaan om door middel van een nieuw deskundigenonderzoekde betrouwbaarheid te (doen) onderzoeken van de eerste deskundigenverklaring en van de resultaten van het tegenonderzoek – mag wel een nadere onderbouwing van het belang bij dat nieuwe deskundigenonderzoek worden verlangd. Uit de motivering van dat verzoek zal moeten blijken dat sprake is van voldoende belang bij een nieuw onderzoek in het licht van de betrouwbaarheid van het onderzoek dat al is verricht. Het komt er daarbij onder meer op aan dat de verdediging motiveert dat en waarom zij met het eerdere onderzoek (dat heeft geleid tot de tweede deskundigenverklaring) niet een behoorlijke en effectieve mogelijkheid heeft gehad om de betrouwbaarheid van de eerste deskundigenverklaring te toetsen. In de regel zal aan de betreffende motiveringseis zijn voldaan als voldoende is onderbouwd dat en waarom er concrete aanwijzingen bestaan dat ook na het verrichte tegenonderzoek geen betrouwbaar onderzoeksresultaat beschikbaar is, bijvoorbeeld omdat het verrichte onderzoek niet voldoet aan de (methodologische) vakinhoudelijke eisen.
4.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
5.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
6.Beslissing
2 juni 2026.