ECLI:NL:HR:2026:886
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart verzoek om herziening niet-ontvankelijk in belastingzaak
De Hoge Raad heeft op 5 juni 2026 het verzoek om herziening van het arrest van 1 december 2023, ingediend door [X], behandeld. Het verzoek betrof een belastingrechtelijke kwestie die eerder door de Hoge Raad was beslist onder nummer 21/04929.
Na beoordeling van de ontvankelijkheid en het advies van de procureur-generaal is geconcludeerd dat het verzoek om herziening duidelijk niet kan slagen. De Hoge Raad heeft daarom gebruikgemaakt van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
Er is geen aanleiding gezien om de proceskosten aan de verzoeker op te leggen. Het arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, samen met raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026.
Uitkomst: Het verzoek om herziening is niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere motivering.