Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:929

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
26/00275
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in zaak over onroerendezaakbelasting

Belanghebbende heeft in hoger beroep geprocedeerd tegen een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2022. Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 16 december 2025 uitspraak gedaan in deze zaak.

Belanghebbende heeft vervolgens cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld en de klachten over het hofarrest onderzocht. De procureur-generaal heeft een advies uitgebracht.

De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Daarom heeft de Hoge Raad het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het arrest op 12 juni 2026 in het openbaar gewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer26/00275
Datum12 juni 2026
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende),
vertegenwoordigd door A. Bakker,
tegen
het DAGELIJKS BESTUUR VAN COCENSUS,
vertegenwoordigd door [P],
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 16 december 2025, nr. 24/3282 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland(nr. HAA 23/2586) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2022.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026.