Klaagster, werkzaam als immigratieambtenaar te Aruba, werd bevorderd met ingang van 1 juni 2018, nadat verweerder de ingangsdatum van haar bevordering had verschoven vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid in de beoordelingsperiode 2013-2017.
Klaagster maakte bezwaar tegen deze verschuiving en stelde dat zij aan alle bevorderingseisen voldeed en dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheids-, rechtszekerheids- en motiveringsbeginsel. Verweerder beriep zich op een beleidslijn die het bevorderingsmoment verschuift bij langdurige arbeidsongeschiktheid.
Het gerecht oordeelde dat de wettelijke bepalingen niet ondersteunen dat periodes van arbeidsongeschiktheid zonder onderbreking van meer dan dertig dagen als inactiviteit tellen en dat de beleidslijn niet voldoende kenbaar en vastgesteld was. Tevens was het functioneren van klaagster positief beoordeeld.
Daarom werd het bezwaar gegrond verklaard, het besluit vernietigd voor zover de bevordering niet met ingang van 1 oktober 2017 plaatsvond, en verweerder opgedragen binnen drie maanden een nieuwe beslissing te nemen. Verweerder werd tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten.