De appellant, werkzaam bij het Korps Politie Aruba, was bevorderd naar onderinspecteur met ingang van 1 maart 2015, maar stelde dat hij recht had op bevordering per 1 december 2014. De Gouverneur van Aruba had de bevordering uitgesteld vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid. Het Gerecht in Ambtenarenzaken had het bezwaar van appellant ongegrond verklaard, verwijzend naar een vaste gedragslijn waarbij bevordering wordt uitgesteld bij meer dan 90 dagen arbeidsongeschiktheid.
In hoger beroep stelde appellant dat deze gedragslijn niet schriftelijk was vastgelegd, niet bekend was bij personeel en niet met terugwerkende kracht toegepast mocht worden. De Raad oordeelde dat hoewel de gedragslijn niet voldoende kenbaar is, de uitleg van de anciënniteitseis als actieve dienst redelijk is. Echter stelde de Raad vast dat de anciënniteitseis onjuist was toegepast: niet vier jaar in de rang van hoofdagent 1ste klasse, maar drie jaar volstaat voor bevordering tot onderinspecteur.
Verder stelde de Raad vast dat alle dagen van ziekte moeten worden meegeteld, dus zeven dagen per week, waardoor de arbeidsongeschiktheid van appellant minder lang was dan door geïntimeerde gesteld. De Raad concludeerde dat appellant per 1 december 2014 voldeed aan de anciënniteitseis en opleidingseis en dat niets een bevordering in de weg stond. De eerdere uitspraak werd vernietigd en geïntimeerde werd opgedragen een nieuwe beschikking te nemen. Tevens werd geïntimeerde veroordeeld in de proceskosten.