Klager heeft bij brief van 2 maart 2022 en 31 augustus 2022 verzocht om een uitkering bij wijze van pensioen. Omdat verweerder niet heeft beslist op dit verzoek, maakte klager op 25 oktober 2022 bezwaar tegen het uitblijven van een beslissing.
Het gerecht overweegt dat op grond van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak een bezwaarschrift kan worden ingediend tegen het uitblijven van een beschikking. Hoewel nog geen jaar was verstreken sinds het laatste verzoek, wordt verweerder geacht bekend te zijn met het pensioenverzoek van klager, dat reeds in 2010 was ingediend. Daarom is het bezwaar tijdig.
Het gerecht oordeelt dat het uitblijven van een beslissing gelijkstaat aan een weigering om te beschikken, waartegen bezwaar mogelijk is als procedureel middel om het bestuursorgaan tot besluitvorming te bewegen. Verweerder wordt opgedragen binnen drie maanden schriftelijk te beslissen op het verzoek van klager.
Daarnaast veroordeelt het gerecht verweerder tot betaling van proceskosten aan klager van Afl. 350,-. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen dertig dagen na dagtekening.