ECLI:NL:OGEAA:2015:19

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
12 mei 2015
Publicatiedatum
18 mei 2015
Zaaknummer
E.J. 159 van 2015
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.J. Noordhuizen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek kennelijk onredelijk ontslag wegens nevenwerkzaamheden

De eiser trad in juni 2009 in dienst bij Eljo Development N.V. en had in zijn arbeidsovereenkomst een verbod op nevenwerkzaamheden zonder schriftelijke toestemming. Hij werd op 29 oktober 2014 op staande voet ontslagen omdat hij buiten werktijd werkzaamheden verrichtte bij een klant van Eljo, waarbij hij onderaannemers tegen betaling hielp.

Eiser stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat het slechts om een vriendendienst zou gaan. De rechter stelde vast dat er geen sprake was van een vriendendienst, maar van betaalde werkzaamheden voor onderaannemers die contractueel verboden waren. Het ontslag werd daarom gerechtvaardigd geacht.

De werkgever mocht het bedrijfsbelang bij naleving van het nevenwerkzaamhedenverbod zwaarder laten wegen dan het belang van eiser bij voortzetting van het dienstverband. De vordering van eiser werd afgewezen en hij werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van Eljo.

Uitkomst: Het verzoek tot verklaring van kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

Beschikking van 12 mei 2015
Behorend bij E.J. 159 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de zaak van:
[Eiser],
te Aruba,
hierna ook te noemen: [eiser],
gemachtigde: de advocaat mr. H.G. Figaroa,
tegen:
de naamloze vennootschap
ELJO DEVELOPMENT N.V.,
te Aruba,
hierna ook te noemen: Eljo,
gemachtigde: de advocaat mr. M.A. Ellis-Schipper.

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift
- de behandeling ter zitting van 14 april 2015 en de daarvan gemaakte aantekeningen.
Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven.

2.DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1 [
[eiser] is in juni 2009 in dienst getreden van Eljo.
2.2
In de schriftelijke arbeidsovereenkomst is overeengekomen dat [eiser], zonder voorafgaande schriftelijke toestemming, geen nevenwerkzaamheden voor zichzelf of voor een derde mag verrichten.
2.3 [
[eiser] is buiten werktijd werkende aangetroffen op een aan Eljo door haar klant aanbesteedt werk.
2.4
Op 29 oktober 2014 is [eiser] op staande voet ontslagen.
2.5 [
[eiser] heeft nog geen vaste baan maar verricht hier en daar losse arbeid.

3.HET VERZOEK EN HET VERWEER

3.1 [
[eiser] verzoekt – samengevat – voor recht te verklaren dat het ontslag kennelijk onredelijk is met vordering tot betaling van een vergoeding, met nevenvoorzieningen.
3.2 [
[eiser] grondt het verzoek, samengevat, erop dat er geen grond was hem op staande voet te ontslaan.
3.3
Eljo voert gemotiveerd verweer dat voor zover voor de beslissing van belang hieronder zal worden besproken en vordert veroordeling van [eiser] tot vergoeding van de proceskosten.

4.DE BEOORDELING

4.1
Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] werkzaam was bij een klant van Eljo en dat het hem contractueel verboden was nevenwerkzaamheden te verrichten.
4.2
Volgens [eiser] was slechts sprake van een vriendendienst.
4.3
Ter zitting is niet gebleken dat sprake was van een vriendendienst. [eiser] heeft een zekere [betrokkene 1] en [betrokkene 2] tegen betaling geholpen. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] waren op dit werk onderaannemers van Eljo. Het ontslag op staande voet is daarom gerechtvaardigd. Eljo mocht haar bedrijfsbelang bij naleving van het verbod stellen boven het belang dat [eiser] bij voortzetting van het dienstverband had.
4.4
Dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] (waarschijnlijk) de bepalingen van hun onderaannemingsovereenkomst met Eljo hebben geschonden maar dat niet tot ontbinding daarvan heeft geleid, betekent niet dat het aan [eiser] verleende ontslag kennelijk onredelijk is. Niet bestreden is overigens dat de gebeurtenissen voor de onderaannemers wel consequenties hebben gehad.
4.5
De vordering zal worden afgewezen. Als de in het ongelijk te stellen partij zal [eiser] de proceskosten van Eljo moeten vergoeden.

5.DE UITSPRAAK:

De rechter in dit gerecht:
wijst het verzoek af;
veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Eljo worden begroot op Afl. 1.800, aan salaris van de gemachtigde.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 12 mei 2015 in aanwezigheid van de griffier.