In deze zaak vordert de werknemer, werkzaam als housekeeper, betaling van achterstallig loon en herplaatsing na ontslag op staande voet door de werkgever, Costa Linda Operating Company N.V. Het ontslag volgde op verdenking van betrokkenheid bij de diefstal van een armband uit de suite van een gast in het resort.
De feiten tonen aan dat de werknemer op de dag van de diefstal toegang had tot de suite en dat zij in december meerdere sieraden heeft verkocht of verpand, waaronder een armband die door de gast werd herkend als de gestolen. De werkgever schakelde de politie in, die een onderzoek instelde en een foto van de armband maakte, welke door de gast werd bevestigd.
Het gerecht oordeelt dat de werkgever het ontslag voldoende snel en duidelijk heeft aangezegd na afronding van het onderzoek. De werknemer heeft onvoldoende onderbouwd dat de armband al jaren in bezit was van een vriendin, waardoor haar betrokkenheid voorshands aannemelijk wordt geacht.
Gezien deze omstandigheden wordt verwacht dat in een bodemprocedure het ontslag als gerechtvaardigd zal worden beoordeeld. De voorzieningen in kort geding worden daarom afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.