ECLI:NL:OGEAA:2016:310

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
10 mei 2016
Publicatiedatum
12 mei 2016
Zaaknummer
(A.R.) E.J. no. 773 van 2015
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • A.H.M. van de Leur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verklaring voor recht schending arbeidsovereenkomst en schadevergoeding

In deze zaak vordert Netpro Aruba N.V. een verklaring voor recht dat G* de artikelen 14 en 15 van hun arbeidsovereenkomst heeft geschonden. Daarnaast vordert Netpro schadevergoeding, betaling van een bedongen boete en vergoeding van de aankoopwaarde van switches die G* niet heeft teruggegeven.

Het Gerecht stelt vast dat G* geen bewijs heeft geleverd dat hij de switches heeft teruggegeven, waardoor hij gehouden is de waarde van US$ 669,04 aan Netpro te vergoeden. Tevens wordt G* veroordeeld tot betaling van de schade die Netpro heeft geleden door de wanprestatie, alsmede tot betaling van de boete van Afl. 10.000,-- met wettelijke rente vanaf 27 augustus 2014.

Verder wordt G* veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Netpro, terwijl de griffier wordt gelast om teveel betaalde kosten en griffierechten aan Netpro terug te betalen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.

Uitkomst: G* wordt veroordeeld tot schadevergoeding, betaling van boete en vergoeding van switches wegens schending arbeidsovereenkomst.

Uitspraak

Beschikking van 10 mei 2016
Behorend bij (A.R.) E.J. no. 773 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING in de zaak van:
de naamloze vennootschap
NETPRO ARUBA N.V.,
gevestigd in Aruba,
verzoekster,
hierna ook te noemen: Netpro,
gemachtigde: mr. M.F. Bonapart,
tegen:
[naam],
wonende in Aruba,
verweerder,
hierna ook te noemen: G*,
gemachtigde: de advocaat mr. M.G.A. Baiz.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure tot 16 februari 2016 blijkt uit de tussenbeschikking van dit Gerecht van die datum (hierna: de tussenbeschikking). Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
-de door G* genomen akte inhoudende zijn verklaring dat hij afziet van bewijslevering.
1.2
Beschikking is nader bepaald op heden.

2.DE VERDERE BEOORDELING

2.1
Het Gerecht volhardt in zijn in de tussenbeschikking neergelegde overwegingen en beslissingen, behoudens het volgende. In de tussenbeschikking is onder de rubriek “
DE PROCEDURE” abusievelijk geen melding gemaakt van het gegeven dat dit Gerecht op 28 oktober 2015 een tussenvonnis heeft gewezen, waarbij kort gezegd de zaak is geconverteerd van een AR-zaak naar een EJ-zaak, en waarbij de datum en het tijdstip van de mondelinge behandeling van de zaak werd bepaald. Dat gegeven dient alsnog te worden gelezen in bedoelde rubriek van de tussenbeschikking.
2.2
Onder verwijzing naar rechtsoverweging 3.5 van de tussenbeschikking wordt ter zake van de aldaar vermelde switches het volgende overwogen. Nu G* te dien aanzien geen bewijs heeft willen of kunnen leveren is niet vast komen te staan dat G* die switches heeft teruggegeven aan Netpro. Dat brengt met zich dat G* de vaststaande waarde van de switches ad US$ 669,04 zal moeten vergoeden aan Netpro. G* zal daartoe ten titel van schadevergoeding worden veroordeeld.
2.3
Voor de goede orde en duidelijkheid wordt nog overwogen dat het Gerecht uit het in de tussenbeschikking omschreven petitum onder A 1 en A 4 in onderling verband en samenhang gelezen begrijpt dat Netpro onder A 4 tevens vordert om G* te veroordelen tot betaling aan Netpro van de door haar geleden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. Ook die vordering zal worden toegewezen.
2.4
G* zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Netpro, tot aan deze uitspraak begroot op
Afl. 50,-- aan verschotten en Afl. 1.800,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van liquidatietarief 5, ad Afl. 900,-- per punt). Hierbij wordt nog overwogen dat G* ten onrechte bij exploot is opgeroepen voor deze zaak, omdat in een EJ-procedure niet zijnde een ontbindingsprocedure de verweerder bij brief opgeroepen dient te worden. Het Gerecht zal de griffier gelasten om de door Netpro betaalde kosten van het oproepingsexploot ad Afl. 234,20 aan haar terug te betalen. Ook heeft Netpro Afl. 300,-- teveel aan griffierechten betaald (te weten Afl. 750,-- in plaats van Afl. 450,--). Het Gerecht zal de griffier gelasten om ook dat bedrag terug te betalen aan Netpro.

3.DE BESLISSING

Het Gerecht:
-verklaart voor recht dat (1) G* de artikelen 14 en 15 van de tussen hem en Netpro bestaande (arbeids)overeenkomst heeft geschonden zoals omschreven in rechtsoverweging 3.8.1 van de tussenbeschikking van dit Gerecht van 16 februari 2016, en dat (2) G* gehouden is de als gevolg van die wanprestaties door Netpro geleden schade aan Netpro te vergoeden;
-veroordeelt G* om aan Netpro te betalen de hiervoor bedoelde schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
-veroordeelt G* om aan Netpro te betalen de bedongen boete van Afl. 10.000,-- op grond van artikel 14 lid 3 van Pro de arbeidsovereenkomst, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 27 augustus 2014 tot en met de dag der algehele voldoening;
-veroordeelt G* ten titel van schadevergoeding tot vergoeding van de aankoopwaarde van de switches ad US$ 669,04, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 27 augustus 2014 tot en met de dag der algehele voldoening;
-veroordeelt G* in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Netpro, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,-- aan verschotten en Afl. 1.800,-- aan salaris voor de gemachtigde;
-verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
-wijst af het meer of anders verzochte;
-gelast de griffier tot teruggave aan Netpro van Afl. 234,20 aan ten onrechte aan Netpro in rekening gebrachte kosten van oproeping bij exploot van de wederpartij;
-gelast de griffier voorts tot teruggave aan Netpro van Afl. 300,-- aan teveel door Netpro betaalde griffiegeld.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 10 mei 2016.